Groeten uit Brussel en Straatsburg
Er werken ongeveer 7000 mensen in het Europees Parlement, drie daarvan stonden gister in de enorme hal van het verder uitgestorven gebouw. Twee beveiligers en ik. Ik wilde naar binnen. De beveiligers wilden mij niet binnen laten. Hun onweerlegbare argument was “regels zijn regels”. Immers als iedereen dat zou doen, dan zou het einde natuurlijk zoek zijn. Nog zo’n argumentatie evergreen. Dat ‘als iedereen dat zou doen’ simpelweg nooit the case is komt niet op bij regelbewakers. Mensen hebben over het algemeen wel wat beters te doen op zaterdagmiddag.
Applaus
Even ter achtergrond: Als je op zaterdag het parlement in wilt moet je dat uiterlijk op vrijdag aangevraagd hebben. Tenminste als je een stagiair bent zoals ik. Ik realiseerde me echter op zaterdagochtend pas dat ik mijn sportschoenen in het kantoor had laten liggen. Dus ik dacht: “Als ik die beveiligers gewoon even mijn situatie uitleg dan laten ze me vast wel even naar het kantoor op de tiende lopen. Duurt maximaal tien minuten. En mocht het écht een probleem zijn dan vraag ik gewoon of ze even mee lopen. Kunnen ze met eigen ogen zien dat ik geen bommen ga plaatsen”. Ik had natuurlijk kunnen weten dat dergelijk improvisatievermogen voor sommigen te veel gevraagd zou zijn. Na een kwartier lang werkelijk alles geprobeerd te hebben besefte ik me dat het echt niet ging lukken. Ik heb die gasten zelfs verzekerd dat ze niet bang hoeven te zijn om ontslagen te worden als ze een mede-aardbewoner proberen te helpen. Het was allemaal tevergeefs. Toen mijn woorden op waren restte mij niets anders dan te applaudiseren voor de twee beveiligers. Vonden ze niet zo leuk. Persoonlijk had ik het wel humor gevonden als ze dat applaus dan wel volledig geaccepteerd hadden. De ene met een diepe buiging en de ander met een trotse blik en een bescheiden knikje. Het zat er helaas niet in.
Belgische wafels
De zoete geur van pas gebakken Belgische wafels, dat is zo ongeveer het eerste wat opvalt als je uit de trein stapt op Brussel-Centraal. De eerste keer dat ik dat deed was op zondag 16 oktober 2011. Met een lichte kater vanwege het feestje de avond ervoor arriveerde ik in mijn nieuwe hometown. De komende vijf maanden zou ik hier gaan werken als persstagiair voor de D66 delegatie in het Europees Parlement. Op dat moment had ik nog een rotsvaste voornemen om wekelijks een blogje te schrijven over mijn belevenissen bij onze Zuiderburen. Ik zou dan bijvoorbeeld beschrijven wat je ruikt als je voor het eerst uit de trein stapt op Brussel-Centraal. Inmiddels ben ik over de helft van deze stageperiode en van het aanvankelijke blogidee is nog niets terecht gekomen. Hoe dat komt? Twee redenen, ten eerste: Er wordt hier gewoon hard gewerkt, dus veel tijd om te bloggen heb ik niet. Ten tweede: Op de momenten dat ik niets te doen heb zoals ‘s avonds of in de weekenden geef ik uiteindelijk toch de voorkeur aan een ouderwets potje powerchillen. MAAR! Het Parlement vergadert één keer per maand vier dagen in Straatsburg en tijdens deze januari-editie was ik erbij. Blogtechnisch komt dat goed uit, want tijdens de vier uur durende treinreis kon ik eindelijk wat ervaringen op scherm zetten. Bovendien heb ik deze video kunnen opnemen:
Brussel
Brussel is de hoofdstad van België. Heeft ongeveer een miljoen inwoners. Officieel spreekt men in Brussel twee talen. In de praktijk spreekt iedereen hier gewoon Frans. Mocht je echter vasthoudend zijn en je blijft stug Nederlands ouwehoeren dan kunnen ze het opeens wel allemaal. Mooie stad, ook een rare stad. De mensen die je op straat ziet zijn precies de figuren die je normaal gesproken verwacht tegen te komen in een verhaal van Suske en Wiske of tijdens een avontuur van Kuifje. Vrij duidelijk dus waar de bekende stripboekenschrijvers uit de 20ste eeuw hun inspiratie vandaan haalden. Brussels centrum is klein en een typische uitbeelding van het woord gezellig. De gerechten dragen namen als ‘Stoemp’ en ‘Waterzooi’ en die smaken veel lekkerder dan dat ze klinken. De wijken rondom het centrum ademen of zakelijkheid of deftigheid of rauwheid. Voor mij zijn de wijken Elsène en Schaarbeek het belangrijkst. In de eerste wijk werk ik, de sfeer is er zakelijk, en in de tweede woon ik. Schaarbeek is rauw en stads. Soort Amsterdam West to the max.
Huis en huisgenoten
Mijn huis ziet er uit als een Harry-Potter-achtig paleisje. Ik deel het met twaalf internationale tovenaarsleerlingen. Ze komen uit Noorwegen, Oostenrijk, Zwitserland, Zuid-Afrika, Denemarken, Nederland, India, Frankrijk en Italië en allen lopen stage of zijn zij trainee bij dan wel het Europees Parlement, dan wel de Europese Commissie of de Raad. Sommigen werken voor een advocatenkantoor, weer anderen voor hun nationale ambassade of voor het bekende boekhouderskantoor Price Waterhouse Coopers. Er hangt een sfeer van ‘work hard play hard’. Tussen acht en acht is het huis uitgestorven en op donderdagavond drinken we bier op Place Lux. In het weekend zijn er feesten in het huis en komen vrienden van vrienden langs om veel sterk te drinken terwijl ik plaatjes draai.
Werkzaamheden
Mijn werk bestaat uit: Persberichten schrijven, het media-archief bijhouden, de online communicatie verzorgen en filmpjes monteren. Zoals deze twee hieronder, voor Europarlementariër Gerben-Jan Gerbrandy. Het is hier waanzinnig leuk, boeiend en leerzaam. Groeten uit Brussel en Straatsburg!
P.S.
Ik ben overigens ook een rijschool in Brussel begonnen :-)










Leuk.
Ik kom (nu het nog kan) graag even met eigen ogen de bewakers bekijken, je kantoor op de 10de, de Suske en Wiske figuren, de mooie stad, de rare stad, de wafelguer tot mij nemen etc. Even bellen wanneer het schikt?
Hier in Nederland heeft Feyenoord trouwens gewonnen van Ajas, met 4-2. Weet je dat ook weer. Nicolaas
Ha Duin, mooi van Feyenoord! Ik las het! Leuk als je langs komt zeg maar wanneer het schikt